27 maart 2014 - 18 september 2019: 92891 bladzijden, 738509 artikelen

Uit de tijd

Fam van Bragt Twan (57) vertelt:
Mar-Li Wingens
“Opa Lerang is de oprichter van de zaak, mijn vader Wiel nam de zaak over samen met mijn moeder Doortje Joosten. Mijn broer Loek en ik leiden het bedrijf nu al vele jaren. Onze kinderen zullen ons niet opvolgen. Loek heeft een zoon, Jordy en ik heb vier dochters, Kelly en Stephanie hebben een universitaire studie gedaan en de twee jongste dochters zijn nog heel klein. Onze vader is inmiddels 88 jaar en moeder is 12 jaar geleden overleden.
Opa startte zijn schildersbedrijf op de plek waar de zaak nog steeds is: de Neerstraat. Toen was de ruimte nog zo groot als een woonkamer. Opa was decoratieschilder. Hij schilderde voornamelijk ornamenten en marmerde lambriseringen. Rijke mensen hadden echt marmer en mensen met niet zoveel geld lieten hun lambriseringen marmeren. Mijn vader kwam met veertien jaar in de zaak. Na de oorlog was er genoeg werk in de wederopbouw. Mijn opa had glas begraven in de tuin en dat kwam goed van pas. Het schildersbedrijf werd een verfen behangzaak.
In de jaren 60 kwam het zelf klussen op. De kleine verf- en behangzaak groeide uit naar een doe-het-zelf zaak. De huiskamer werd bij de winkel getrokken, daarna een slaapkamer en het kantoor. Het assortiment werd steeds groter. In 1970 hebben wij ons als franschisenemer aangesloten bij de HUBO. Wij kochten het pand aan van De Nieuwe Limburger naast de winkel. Er volgde een verbouwing en voor die tijd was het een grote doe-het-zelf zaak.
Loek en ik moesten altijd al meehelpen in de zaak. Verfblikken sjouwen en na sluitingstijd moesten er spullen bezorgd worden. Wij waren eigenlijk een doorsnee familie, als kleine zelfstandige in die tijd waren hogere opleidingen voor de kinderen niet weggelegd. Ons werd voorgehouden dat we mee moesten werken en dat alles later voor ons zou zijn. We hebben nooit tegenslagen gekend. Klein ondernemerschap brengt wel met zich mee dat je veel uren maakt. De relatie met Loek stond ook wel eens onder spanning, dat is normaal. Je groeit in een verstandhouding waarin niet veel woorden nodig zijn. We zitten niet altijd op een lijn maar met geven en nemen komen we er altijd uit.
In de jaren tachtig namen de producten een grote vlucht. Verpakkingen, informatie en automatisering kwam erbij. Vanaf dat moment werd ook personeel aangenomen. Mensen gingen steeds meer klussen. De concurrentie zat niet stil en kwamen grote bouwmarkten. Loek en ik hebben ervoor gekozen om niet groter te groeien en een pand buiten de stad te betrekken. Daar hebben we geen spijt van. Wij merken natuurlijk ook de gevolgen van de crisis. Maar er gloort hoop aan de horizon.
Ik ben handig en heb twee huizen zelf gebouwd. Dat heeft me helaas wel twee relaties gekost. Dat is het nadeel als je alles kunt. Je doet dan ook alles zelf.”