27 maart 2014 - 13 november 2019: 94150 bladzijden, 749242 artikelen

Jean Frins: ‘Dialect mág weer, het draagt bij tot ons identiteitsbesef’

ZUID-LIMBURG
Jean Frins is neerlandicus, germanist én dialectspreker. De 31-jarige inwoner van Landgraaf publiceerde 10 jaar geleden een spraakmakende studie waarin hij frappante overeenkomsten blootlegde tussen de streektaal van het vijflandengebied dat zich uitstrekt van Belgisch en Nederlands Limburg in het westen via het gebied van Aken tot de Elzas. De taalkundige overeenkomsten, met name op het gebied van de zinsvorming, brachten hem tot de overtuiging dat er sprake moet zijn van één gemeenschappelijke moedertaal, Os Moddersproak.
Zijn eindthesis leverde hem niet alleen een lidmaatschap op levensduur van de prestigieuze Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (MNL) op, hij werd het jongste bestuurslid ooit van dit in 1766 opgerichte genootschap, maar leidde tevens tot de oprichting van Os Moddersproak, een ideële stichting die zich ten doel stelt om bruggen te slaan tussen die gebieden waar het Limburgse dialect nog leeft. GeZien sprak met Frins over het Euregio Dialektfestival (Festival op Platt) waarin hij dialectartiesten uit vijf landen op het podium bracht. Maar ook over de vertaling en publicatie van diverse literaire werken in het dialect en onlangs van de novelle De Vadermoorder,het boek van de Obbichtse auteur Pieter Ecrevisse.
Frins: "(lacht) Het is ook zo waanzinnig interessant om de geschiedenis en structuur van het dialect bloot te leggen. Overeenkomsten met name op het gebied van zinsbouw tussen mijn eigen Zuid-Limburgse dialect en de streektaal uit de grensgebieden met België, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk zijn zo evident, daar moet 1 taal aan ten grondslag liggen.Het mooie is dat die nog steeds de basis vormt van een dialect dat in diverse delen van de genoemde landen heeft weten te 'overleven' en de 'druk' van de landstaal heeft weten te weerstaan."
"Na het onderzoek, wilde ik mijn bevindingen aanschouwelijk maken. Niet door publicatie van een proefschrift,dat is vaak taaie en droge kost. In dit geval leidde het tot de Euregio Dialectfestivals 'Vijf landen, 1 taal'. Onder dat motto verenigde ik dialectartiesten uit Duitsland,Frankrijk,Nederland,België en Luxemburg. Deze hadden één factor gemeen: de basisstructuur van hun dialect. Het bleek dat in bepaalde delen in de Elzas een dialect wordt gesproken dat wij hier prima kunnen verstaan. Natuurlijk zijn er verschillen, maar oorspronkelijk is dat dezelfde taal. En dat geldt niet alleen voor delen van de Elzas, maar ook voor taalgebieden in Belgisch Limburg,de Duitse grensstreek en bepaalde delen van Luxemburg. Bij die dialectfestivals kwam dat heel pregnant tot uitdrukking en dat is fantastisch."
Wie met Frins over zijn moedertaal spreekt,riskeert een lange zit. De 31-jarige raakte tijdens zijn studies Duits en Nederlands en het maken van zijn scripties gefascineerd door het Limburgse dialect dat niet alleen springlevend bleek maar ook veel verder bleek te reiken dan de Duits-Nederlandse grensstreek en wortels in ten minste vijf landen heeft.
Frins ging niet over 1 nacht ijs, raadpleegde vele bronnen, dook in bibliotheken,deed veel veldwerk én vond een vruchtbare bodem voor zijn scripties. "Om antwoorden te vinden moet je de geschiedenis induiken.Op de eerste plaats moet je beseffen dat onze huidige landsgrenzen geen culturele of taalkundige afbakeningen zijn. Verder moet je weten dat het dialect in het verleden dé enige voertaal was, dat gewone burgers veelal niet konden lezen of schrijven en dat er geen officiële taal zoals tegenwoordig ABN bestond. Het huidige Europa kent taalkundig en cultureel geen enkele logica, er zijn volstrekt willekeurige lijnen getrokken. Maar streektaal en - cultuur trekt zich van dergelijke tekentafelingrepen helemaal niets aan zolang de taal maar gebruikt wordt in het dagelijks verkeer door voldoende mensen. Is de gemeenschap die een dialect bezigt te klein en is de invloed van buitenaf te groot, dan kwijnt zo'n streektaal weg.Dat zie je bijvoorbeeld in Herzogenrath,hier vlak over de grens.Daar is het dialect volkomen verdrongen door het Hochdeutsch, terwijl een paar kilometer verderop het dialect weer floreert."
"De zoektocht naar de logica achter het verspreidingsgebied van het dialect voert terug naar de economische, culturele en godsdienstige centra van die tijd. In het geval van dit dialect komen we vooral terecht in Keulen als hét centrum voor economisch en sociaal verkeer. De macht van Keulen strekte zich uit over een enorm gebied en het is juist binnen dat gebied dat we landsdelen vinden met een dialect van vergelijkbare oorsprong."
"Dat is een apart fenomeen. Volgens mij is dat te verklaren door het zoeken naar een eigen identiteit in een Europa waarbinnen de grenzen vervagen. Vroeger werd er vaak neergekeken op het dialect, dat werd als minderwaardig beschouwd, een teken van cultuurloosheid. Maar dat tij is aan het keren. Dialect mág weer,draagt bij tot het identiteitsbesef van een groep. Het is de mensen eigen om hun wortels te kennen en zich bij een groep te scharen waar dezelfde taal gesproken wordt.Taal is één facet,maar dat is slechts één onderdeel van die identiteit."
"Op de eerste plaats omdat het werk de moeite waard is, maar in de oude spelling voor praktisch iedereen te moeilijk.Maar er is nog een reden: ik heb een tijd in Friesland les gegeven. Ook daar lezen de kinderen weinig of niet. Om die trend te keren ging ik op zoek naar literatuur die zich afspeelt in een voor leerlingen herkenbare setting, waarmee ze zich konden vereenzelvigen. Die vond ik en wat bleek: de leerlingen waren enthousiast en menigeen zette het werk op de literatuurlijst.Ik herhaalde dit experiment in Gelderland, Brabant en hier in Limburg. Ik durf de conclusie aan dat wanneer je kiest voor literatuur die zich afspeelt in de fysieke leefwereld van de leerling, deze weer gaat lezen. De herkenning schept motivatie en al helemaal wanneer de docent excursies aan zijn lessen koppelt en nadere informatie verstrekt. Nóg interessanter wordt het literaire werk wanneer het in een vakoverstijgend verband wordt aangeboden, wanneer er in de geschiedenisles, de aardrijkskundeles of de godsdienstles over wordt gesproken. Wat dichtbij is en herkend wordt,blijft je bij en is belangrijk want het is ook je eigen geschiedenis.En wie zich bewust is van en kennis heeft over zijn eigen geschiedenis zal ook gemakkelijker anderen doorgronden."
Meer informatie over de literatuurcahiers en de overige activiteiten van stichting Os Moddersproak is te vinden op www.osmoddersproak.com Foto's en tekst: Jeroen Janssen