27 maart 2014 - 20 november 2019: 94290 bladzijden, 750355 artikelen

Het Land van Cuijk, ook Peelland?

REGIO
Historicus Theo Janssen uit Sevenum stelde voor Zondagnieuws een serie samen over 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden. De week deel 2: Het Land van Cuijk, ook Peelland?
In het eerste verhaal: '200 jaar Koninkrijk der Nederlanden 1814-2014',plaatste ik een kaart van de ingewikkelde staatkundige toestand van Limburg in 1795. De kleine landsheren bezaten in de vroege middeleeuwen in het land van Cuijk alle grote heidevelden, wateren en wegen. Men had er grenzen gemaakt door te richten op vaste punten: heuvels, bergen, torens of vaste stenen.De heren van Cuyk bezaten de Peel van Grave tot Maashees. Aldus A.F. van Beurden in zijn boekje: 'De Limburgsche en Brabantsche Peel'.Het Land van Cuyk rekende hij tot de Noordelijke Peel. Ir. L.A. Reuvens, landmeter van Rijkswaterstaat, karteerde de Limburgsche en Brabantsche Peel in 1853. Geografisch rekende hij de streek van Weert tot aan de Maas bij Grave tot Peelland. Verwezen wordt naar de kaart van de cultuurtoestand en de waterpassing in het boek:Reizen door de oude Peel deel 1, thema 1.
Jan Heer van Cuyk "Jan Heer van Cuijk en zijne zonen schonken des Zaterdaegs naer den heylighen Paesdach, 20 April 1308, aan den goeden luyden in den lande van Cuijk en met name aan de dorpen Beugen, Brakel (thans Oeffelt),Cuijk,Kercklynen,Beerse, Mill al de gemeijne gronden, tussen de Heerlijkheid van Herpen en van Jan Bock van Meer, dus tot Boxmeer en van de Maas tot de Pedel'. Hierdoor kregen de dorpen van Boxmeer tot Herpen hunne Peel. Jan van Cuijk schonk in dat jaar, 1308, daags na Sint Jan ook dezelfde gunst aan de dorpen Sambeek, Beek en Overloon. Boxmeer was een vrije Heerlijkheid tesamen met Sint Anthonis, afgesplitst van Cuijk en had dus zijn eigen Peel. Bron A.F. van Beurden: Peelland en de Limburgse dorpen en hun bestaan.
Cuijk, tweeduizend jaar Archeologische onderzoekingen hebben, behalve vele Romeinse oudheden, voorwerpen te voorschijn gebracht die stammen uit het bronzen en ijzeren tijdperk van driehonderd jaar voor Christus en Germaans aardewerk, dat omstreeks honderd jaar voor Christus gebakken en in grafheuvels begraven werd. De voornaamste historiebron voor Cuijks oudste verleden is de befaamde Peutingerkaart, die vermoedelijk vervaardigd werd in de derde eeuw na Christus. Deze werd in de zevende eeuw na Christus in het stadsarchief van Wenen ontdekt. Op deze kaart staat een stip van een 'castellum', een Romeinse vesting met de naam Ceuchem of Ceuclum. Vermoedelijk is hier de naam Cuijk van afgeleid.Na Pr het verdwijnen van de ordelievende Romeinen, heeft het stadje blootgestaan aan het schrikbewind van vernielers en plunderaars. De Noormannen hebben Cuijk op hun zwerftochten niet gespaard.
Cuijk, stad van Willem van Oranje Vijf eeuwen lang is het plaatsje bestuurd door de heren van het huis van Cuijk.Johanna van Cuijk droeg haar rechten over aan Willem van Gulick en Gelder. Aan het einde van de vijftiende eeuw kwam het domein in Bourgondische, later in Habsburgse handen.
In 1559 verpandde Philips II, Cuijk en het land van Cuijk, aan Willem van Oranje voor oef de Lente in De zestigduizend gulden. In 1602 werd Cuijk bij de strijd tegen de Spanjaarden niet alleen een bloedig slagveld maar de stad werd vrijwel met de grond gelijk gemaakt.Van de driehonderd huizen bleven er slechts drie gespaard. In 1702 dreigde Cuijk weer te bezwijken onder het geweld van de Franse troepen. Pater prior Penecamp van de Orde Sanctae Crucis,van het Kruisherenklooster Sint Agatha reisde met schepen Peter Cremers uit Maashees naar de Franse stafkwartieren in Roermond en Brussel met een afkoopsom om plundering van het stadje te voorkomen. Bron:Reizen door de oude Peel, deel 1.
Theo Janssen Locht