27 maart 2014 - 24 juli 2019: 91810 bladzijden, 729741 artikelen

'Waar men in de moerenzinkt'

REGIO
Theo Janssen
Historicus Theo Janssen uit Sevenum maakt aan de hand van een oude kaart een historische reis door de oude Peel. Op die manier ontstaat een beeld van het Peelland en haar bewoners. Deze week deel 8 in de serie: 'Waar men in de moeren zinkt'.
Rechtuit konden wij niet zo, vertelde ons een man. Want daar kwamen wij in het water of stootten op een vlies. Wij zouden een ontzettende omweg moeten maken. Daar hadden wij geen zin in en besloten dus rechttoe op ons doel af te stevenen. De kerktoren van Merselo was ons richtsnoer lieflijk verscholen achter een dennenbos. De kerk bleef echter steeds even ver verwijderd. Wij kwamen wederom in het moeras terecht en we hebben hier de meest onaangename ogenblikken beleefd van onze gehele tocht.De hele dag nog was de gwaterstand beneden het hoogste peil van mijn laarzen gebleven. Plotseling echter voelde ik mijzelf in een bredere geul tot over de knieën wegzakken en moest met handen en voeten trachten een vluchthaven te vinden op een nabijzijnd heuveltje,wat me met enige inspanning lukte.(8) Mijn vriend spiegelde zich aan dit slechte voorbeeld en koos voor een omweg van minstens een kwartier. Het overbruggen van deze korte afstand tot de vaste bodem was zeer afmattend en werkte verlammend. Ik kreeg een flauw besef van het ontzettende wat mensen hebben doorgemaakt die in een moeras de dood vonden. Ik wil niet zeggen dat we dachten dat onze laatste uren gekomen waren, maar een voorproefje was het zeker. Met een gevoel van verlichting betraden we de vastere grond. Wij waren dorstig en onze laatste druppels vocht waren verdampt. Wij verlangden naar een heerlijk glas bier. Merselo bleef voortdurend even ver verwijderd. Eindelijk bereikten wij de eerste huizen. Iedereen die zou menen dat in Limburg het eerste huis een kroeg is vergist zich. Want hier lag een dergelijke gelegenheid aan het andere einde. Na een onafgebroken mars van zeven uren, vonden wij de eerste rust en wat nog aangenamer was een verkwikkend potteke bier in het 'Café de Nachtegaal'. (9) Het woord 'café' moet men in de Belgische betekenis opvatten, nl. een onaanzienlijke kroeg. Wij lieten buiten een tafel opstellen en genoten van een biertje dat wij wel verdiend hadden. Men moge over het Limburgse bier zijn eigen oordeel hebben, zeker is dat het perfect smaakt en bovendien de goede eigenschap heeft door zijn uiterst geringe alcoholgehalte. Volgens de algemene Limburgse gewoonte wordt het met een tinnen literkan opgeschept en in de glazen geschonken. Schuimen doet het niet en veel smaak heeft het evenmin. Men moet bepaald dorst hebben om het te kunnen genieten. De waard kwam bij ons zitten en zo hoorden wij menige bijzonderheid en lieten ons inlichten over de te volgen weg. Wij werden in kennis gesteld van de prijzen der huizen, die daar belachelijk gering zijn.Van de toestand der wegen die gedurende de winter allerbedroevendst is. Wij hebben een uurtje zitten uitblazen. Langer kon onze rust niet duren.We waren nog niet op de helft van onze tocht van de dag. Na onze betaling die zeer gering was,werden wij uitgenodigd door de waard om eens aan de appelboom te schudden. Ze waren van fijne kwaliteit en hebben ons op de tocht goede diensten bewezen. Onze tocht ging verder over het Voolen. (Veulen) Bron boek: Reizen door de oude Peel, 100 eeuwen Peelverhalen. Zie de website:www.peelverhalen.nl